Hoe zag het 17de-eeuwse Nieuw-Amsterdam eruit, voordat de Engelsen het New York noemden? Modelbouwer Herbert Tomesen laat het zien in een maquette van 3 bij 3,5 meter. The Vanneau Foundation sponsort het historische project.  

Het is moeilijk voor te stellen dat onder de machtige wolkenkrabbers van New York heel wat pijpenkoppen en Friese baksteentjes liggen. En dat hier kolonisten woonden in smal bemeten huisjes, met groentetuintjes en kippen. Maar New York was wel degelijk - ooit - een typisch 17de-eeuws ‘Nederlands’ dorpje, zegt Oscar Hefting, directeur van de New Holland Foundation. ‘Vergelijk het met Volendam, Marken of Durgerdam. Klein en overzichtelijk. En ja, als je ziet welke hoogbouw daar nu staat, is het een gigantische stap in de geschiedenis. Je zou het zelfs schokkend kunnen noemen.’ 

Het is dit jaar vier eeuwen geleden dat de Hollanders begonnen met de bouw van Nieuw-Amsterdam, op de zuidpunt van het eiland Manhattan. Voor de New Holland Foundation, die zich inzet voor het behoud van overzees Nederlands cultureel erfgoed, genoeg reden om het project voor de maquette op te pakken. Ontwikkelaar is modelbouwer Herbert Tomesen, die eerder faam verwierf met een indrukwekkende maquette van het vooroorlogse centrum van Doetinchem.  

Met Nieuw-Amsterdam, op een schaal van 1:87, wil de New Holland Foundation een bijzondere periode van de koloniale geschiedenis weergeven en aansluiten op hedendaagse thema’s, zoals de slavernij en de omgang met de indianen.

De Nederlanders ontdekten Noord-Amerika als koloniaal gebied in 1609. Dankzij Henry Hudson, een Engelse zeevaarder, die namens de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) op zoek was naar een doorvaart op Azië. De gewenste passage vond hij niet, maar er kronkelde wel een rivier naar het noorden. In het omliggende land van deze (naar Hudson vernoemde) waterloop ontstond een levendige handel met de inheemse bevolking. Het ging de Hollanders vooral om bont, zegt Hefting. ‘In Europa waren pelsdieren door overbejaging zowat verdwenen. Het was juist in een tijdperk met veel strenge winters. Mensen konden niet zonder warme kleding.’ 

De West-Indische Compagnie stuurde in 1624 een grotere expeditie naar Noord-Amerika. Nieuw-Nederland werd gesticht: een gebied vier keer zo groot als het huidige Nederland. Op het strategisch gelegen eiland Manhattan verrees Nieuw-Amsterdam, met een fort, een molen en huisjes van hout en steen. Bakstenen, meest Friese geeltjes en IJsselsteentjes, kwamen als ballast mee in schepen uit het moederland. 

Nieuw-Amsterdam groeide uit tot een plaats met ongeveer tweeduizend bewoners, maar in 1664 kwam er een einde aan de Nederlandse heerschappij. Tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog veroverden de Engelsen de stad. Koning Charles II schonk Nieuw-Amsterdam aan zijn broer, de hertog van York, die de naam veranderde in New York, als eerbetoon aan zichzelf. Hoewel de Hollanders in 1673 New York heroverden, hielden beide partijen zich aan de afspraken van de Vrede van Breda uit 1667, waarin werd bepaald dat New York Engels bleef en Suriname in Nederlandse handen kwam.

De maquette van Nieuw-Amsterdam, die een beeld geeft van de stad rond 1660, is vanaf 18 juni te zien in Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Herbert Tomesen bouwt nog verder aan de nederzetting en het eiland, tot een oppervlakte van 7 bij 9 meter is bereikt. De maquette krijgt mogelijk een vaste plek in het South Street Seaport Museum in New York. 

 

 

 

28 May 2024

The Vanneau Foundation bouwt mee aan maquette van Nieuw-Amsterdam